ECLI:NL:CRVB:2005:AT9069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht ondanks financiële situatie
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege een financieel nijpende situatie niet in staat was het griffierecht eerder te voldoen. Tijdens de zitting lichtte hij deze situatie mondeling toe.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat in hoger beroep slechts kan worden beoordeeld of het griffierecht tijdig is betaald en of de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende schriftelijke onderbouwing had geleverd van zijn financiële onmacht en dat het niet reageren op brieven van de rechtbank en het niet verschijnen ter zitting een aanwijzing waren dat appellant in verzuim was.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Arnhem en wees het beroep van appellant af. De financiële omstandigheden die appellant tijdens de zitting toelichtte konden het verzuim niet rechtvaardigen volgens de Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder voldoende financiële onmacht.