ECLI:NL:CRVB:2005:AT9104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijzondere bijstand woninginrichting als geldlening
Appellant, die een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een IOAW-uitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de inrichting van zijn woning. De gemeente kende deze bijstand toe als geldlening vanwege een vermeend tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Na bezwaar wijzigde de gemeente haar standpunt over het besef van verantwoordelijkheid, maar handhaafde de geldleningvorm.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het beleid om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen standaard als geldlening te verstrekken, in strijd is met de wet. De Raad oordeelde dat dit beleid niet onjuist is omdat de kosten van duurzame gebruiksgoederen tot de algemene kosten van het bestaan behoren en het redelijk is om bij onvoldoende reservering de bijstand als lening te verstrekken.
De Raad hield rekening met het feit dat appellant beschikte over een WAO- en IOAW-uitkering ter hoogte van de bijstandsnorm zonder inhoudingen. Het argument dat aflossing de reserveringsruimte beperkt, was onvoldoende om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor woninginrichting is terecht toegekend in de vorm van een geldlening; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.