ECLI:NL:CRVB:2005:AT9105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, die een WW-uitkering ontving, meldde zich ziek met lumbagoklachten. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant slechts kortdurend arbeidsongeschikt was geweest en per 20 februari 2002 weer geschikt was voor arbeid, met uitzondering van enkele beperkingen op psychisch vlak. Gedaagde weigerde daarom verdere uitkering op grond van de Ziektewet.
Appellant voerde bezwaar aan met name op psychische klachten, maar de bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat alleen een beperking in conflicthantering gold, niet volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn stellingen, doch zonder objectieve medische onderbouwing. De Raad achtte de medische stukken onvoldoende om de eerdere conclusies te weerleggen en verwierp het beroep. Tevens oordeelde de Raad dat actualisering van de gebruikte functies niet vereist is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van verdere Ziektewetuitkering rechtsgeldig is.
Uitkomst: De weigering van verdere Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellant niet meer ongeschikt is voor zijn arbeid.