ECLI:NL:CRVB:2005:AT9123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, maar diende dit bezwaar te laat in. De Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden, waaronder analfabetisme, verkeerde informatie door derden, woonplaats in een afgelegen bergdorp en trage postbezorging, onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De medische gegevens toonden niet aan dat appellant langdurig niet in staat was om bezwaar te maken. De Raad stelde vast dat het verzuim voor rekening van appellant komt, mede omdat hij pas bezwaar maakte toen hij merkte dat de uitkering niet meer werd uitbetaald.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank Amsterdam dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om alsnog ontvankelijkheid toe te staan.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen zonder verschoonbare reden.