ECLI:NL:CRVB:2005:AT9143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende salarisverhoging bij pensioengevend inkomen na functiewaardering
Appellant, voormalig medewerker van de provincie Gelderland, kreeg na een functiewaardering een salarisverhoging met terugwerkende kracht tot 1 januari 2000. Hij vroeg het ABP om dit hogere salaris mee te nemen in de berekening van zijn FPU-uitkering, maar dit werd geweigerd. Na bezwaar verklaarde het ABP de beslissing ongewijzigd.
Appellant stelde dat de provincie Gelderland onrechtmatig had gehandeld door niet tijdig premie af te dragen en onvoldoende te informeren over de gevolgen van de salarisaanpassing voor zijn pensioen. Hij stelde dat hij anders later ontslag had genomen. De provincie ontkende onrechtmatig te hebben gehandeld en stelde dat appellant zelf verantwoordelijk was voor het tijdig informeren.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat een medewerker van de provincie had toegezegd dat het hogere salaris zou meetellen voor de pensioenberekening. Het advies om de salarisgegevens af te wachten was vrijblijvend en niet onrechtmatig. Verder was het niet gebleken dat de provincie verplicht was eerder tot herwaardering te besluiten. Appellant had zich zelf moeten informeren bij het ABP over de gevolgen van de functiewaardering.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de met terugwerkende kracht toegekende salarisverhoging niet terecht is meegenomen in de berekening van het pensioengevend inkomen.