ECLI:NL:CRVB:2005:AT9180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geen opbouw compensatie-uren ADV tijdens ziekte voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaar
Appellante, een burgerambtenaar die sinds mei 1998 gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, verzocht om opbouw van compensatie-uren in het kader van arbeidsduurverkorting (ADV) tijdens ziekte. De Directeur Centrale Dienst Personeel en Organisatie van de Koninklijke Landmacht wees dit verzoek af omdat appellante sinds haar gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid geen extra uren werkte boven haar bezoldigde aanstelling.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat deze benadering een ongeoorloofde ongelijkheid zou veroorzaken tussen medische en niet-medische parttimers. De Raad verwierp dit argument omdat appellante tot november 2001 werd bezoldigd op basis van een 38-urige aanstelling, terwijl zij vanwege haar medische beperkingen niet in die omvang werkte.
De Raad oordeelde dat opbouw van compensatie-uren alleen plaatsvindt indien meer uren worden gewerkt dan waarvoor men is aangesteld en bezoldigd. Het bestreden besluit werd daarom terecht in stand gelaten. De Raad wees tevens een verzoek om vergoeding van proceskosten af.
De uitspraak bevestigt dat tijdens ziekte geen aanspraak bestaat op compensatie-uren ADV indien er geen extra uren boven de bezoldigde aanstelling worden gewerkt.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante geen compensatie-uren ADV opbouwt tijdens ziekte omdat zij geen extra uren boven haar bezoldigde aanstelling werkte.