ECLI:NL:CRVB:2005:AT9219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum REA-uitkering ondanks niet aangetekende aanvraag
Appellant, aangemerkt als arbeidsgehandicapte, volgde een opleiding ICT-medewerker/netwerkbeheerder met toestemming van het UWV. Hij diende een aanvraag in voor een REA-uitkering, die volgens hem eerder had moeten ingaan op 20 augustus 2001, de datum waarop hij met zijn opleiding startte. De aanvraag van 27 augustus 2001 was echter niet aangetekend verzonden en is volgens het UWV nooit ontvangen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het risico van niet-aangetekende verzending voor rekening van appellant komt. In hoger beroep voerde appellant aan dat het reïntegratiebedrijf Agens B.V. verantwoordelijk was voor de correcte procedure en dat het onredelijk was om het niet tijdig indienen van de aanvraag tegen hem te gebruiken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant zelf verantwoordelijk is voor de verzending van zijn aanvraag en dat het niet ontvangen daarvan niet aan het UWV kan worden toegerekend. De Raad bevestigt dat de REA-uitkering terecht ingaat op 16 november 2001 en ziet geen reden om af te wijken van de wettelijke regeling of om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de REA-uitkering terecht ingaat op 16 november 2001.