ECLI:NL:CRVB:2005:AT9330
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in schadevergoeding zaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam inzake een verzoek om schadevergoeding wegens onheuse bejegening door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na eerdere afwijzing van een verzoek om voorlopige voorziening wegens ontbreken van spoedeisend belang, heeft verzoeker opnieuw een dergelijk verzoek ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de aangevallen uitspraak en eerdere beslissingen betrokken in zijn beoordeling. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de door verzoeker aangevoerde omstandigheden rondom woninginrichting geen zodanig spoedeisend belang vormen dat de uitspraak in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wijst de voorzieningenrechter op de mogelijkheid voor verzoeker om bijzondere bijstand aan te vragen bij gedaagde voor noodzakelijke woninginrichtingskosten, met de mogelijkheid tot bezwaar en het vragen van een voorlopige voorziening bij de rechtbank. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.