ECLI:NL:CRVB:2005:AT9421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW- en TW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf 2 januari 1995 een WW-uitkering en een toeslag op grond van de TW. Uit onderzoek bleek dat appellant gedurende 16 uur per week als zelfstandige werkzaam was zonder dit te melden, wat leidde tot herziening en terugvordering van de uitkeringen en oplegging van een sanctie van 30% gedurende 42 weken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en deels ongegrond. In hoger beroep stelde appellant onder meer dat het besluit tot sanctie niet rechtsgeldig was en dat de lange duur van de besluitvorming in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de herziening en terugvordering van de WW-uitkering terecht waren, maar vernietigde de herziening en terugvordering van de TW-uitkering vanwege onjuiste toepassing van artikel 5, tweede lid, van de TW. Tevens werd het besluit tot sanctie bevestigd omdat dit gebaseerd was op een juiste grondslag.
De terugvordering van de WW-uitkering werd vastgesteld op circa €7.260, terwijl de terugvordering van de TW-uitkering werd vernietigd. De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Herziening en terugvordering WW-uitkering bevestigd, herziening en terugvordering TW-uitkering vernietigd, sanctie gehandhaafd.