ECLI:NL:CRVB:2005:AT9436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor begrafeniskosten erfdeel
Appellante verzocht om bijzondere bijstand voor de begrafeniskosten van haar overleden moeder. De gemeente wees dit aanvankelijk af, maar verleende later gedeeltelijk bijzondere bijstand ter hoogte van het aandeel van appellante in de kosten, berekend op basis van haar erfdeel van éénvijfde van de nalatenschap.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de buitenlandse erfgenamen niet konden bijdragen, en dat zij daarom recht had op volledige vergoeding. De Raad oordeelde dat begrafeniskosten passiva van de nalatenschap zijn en dat erfgenamen ieder voor zich bijzondere bijstand kunnen aanvragen voor hun aandeel indien zij niet over voldoende middelen beschikken.
De Raad stelde vast dat het aandeel van appellante juist was berekend en dat zij recht had op bijzondere bijstand tot dat bedrag. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet, omdat niet was gebleken dat vergelijkbare gevallen gelijk waren behandeld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het hoger beroep en handhaaft de beperkte bijzondere bijstand voor het erfdeel van appellante.