ECLI:NL:CRVB:2005:AT9757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding digitale gehoorapparaten op grond van Wet REA
Gedaagde verzocht op 27 maart 2001 om een aanvullende vergoeding voor digitale gehoorapparaten, waarvan een deel al werd vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Het UWV wees dit verzoek af omdat het zich niet bevoegd achtte de kosten te vergoeden die volgens de ziektekostenverzekering ten laste van het UWV blijven. Dit besluit werd ook op bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering omtrent het onderscheid tussen vergoeding van orthopedische schoenen en hoortoestellen, in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV terecht heeft geweigerd de vergoeding toe te kennen omdat gehoorapparaten niet onder de voorzieningen vallen zoals bedoeld in artikel 31 van Pro de Wet REA en het REA-besluit. Het bezwaar is gegrond omdat het UWV onterecht heeft aangenomen bevoegd te zijn en zijn besluit op een onjuiste motivering baseerde. De vernietiging van het besluit laat de rechtsgevolgen echter intact.
De Raad veroordeelt het UWV tevens in de proceskosten van gedaagde. De uitspraak bevestigt dat de vergoeding van gehoorapparaten niet onder de Wet REA valt en dat de ziektekostenverzekering hiervoor primair verantwoordelijk is.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.