ECLI:NL:CRVB:2005:AT9773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating vrijwillige AOW- en ANW-verzekering wegens te late aanmelding
Appellant heeft bij de Sociale verzekeringsbank verzocht om toelating tot de vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). Dit verzoek is door gedaagde afgewezen omdat appellant zijn aanvraag niet binnen één jaar na het einde van zijn verplichte verzekering heeft ingediend. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij vanwege een verplichte verzekering via zijn uitkeringsinstantie niet tijdig op de hoogte was van de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering en dat psychische klachten hem verhinderden tijdig te reageren. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze omstandigheden geen grond vormen om af te wijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van de AOW en ANW.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de aanvraag te laat is ingediend en dat er geen verplichting bestaat voor gedaagde om personen zoals appellant actief te informeren over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. De psychische gesteldheid van appellant leidt niet tot een uitzondering op de wettelijke termijn. Wel is toegezegd dat wordt bekeken of appellant alsnog in de gelegenheid wordt gesteld zich vrijwillig te verzekeren voor de periode waarin ten onrechte premies zijn ingehouden.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering wordt afgewezen wegens te late aanmelding.