ECLI:NL:CRVB:2005:AT9803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht deelvissers volgens sociale zekerheidswetten bevestigd
Appellant, eigenaar van een garnalenvisserijbedrijf, maakte gebruik van deelvissers als bemanningsleden. Gedaagde stelde correctienota’s en boetenota’s vast wegens het niet tijdig voldoen aan verzekeringsplicht en opgaveverplichtingen over 1995-1998.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren tegen verzuimregistratie en boetenota’s. De Raad beantwoordde het geschil over de verzekeringsplicht bevestigend en oordeelde dat de deelvissers verplicht verzekerd zijn op grond van artikel 4, lid 1, onder f, van de sociale zekerheidswetten.
Appellant voerde strijd met Europees recht en het gelijkheidsbeginsel aan, maar de Raad verwierp deze grieven. De regeling vormt een uitzondering binnen het sociale zekerheidsstelsel en is niet strijdig met het EG-Verdrag, ook niet indien het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij als onderneming wordt beschouwd.
Verder oordeelde de Raad dat appellant niet tijdig heeft voldaan aan de opgaveverplichting en dat dit geen aanleiding geeft tot afwijking van de wet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht van deelvissers en wijst het beroep van appellant verder af.