ECLI:NL:CRVB:2005:AT9820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering per 14 december 1999 na toetsing geschiktheid functies
Appellant, een productiemedewerker, ontving sinds 19 december 1986 een WAO-uitkering die vanaf 1 juli 1996 werd ingetrokken omdat hij nog geschikt werd geacht voor andere functies. Diverse besluiten tot intrekking en weigering van heropening van de WAO-uitkering en ziekengeld werden door de rechtbank Maastricht bevestigd, maar later door de Raad vernietigd wegens onjuiste maatstaven en onvoldoende duidelijkheid over de geschiktheid van functies.
Na heropening van het onderzoek heeft de Raad vastgesteld dat de intrekking per 14 december 1999 gebaseerd is op functies die appellant kende en die binnen zijn belastbaarheid vallen, ondanks enkele markeringen. Medische stukken, waaronder rapporten van een orthopedisch chirurg en een bezwaarverzekeringsarts, ondersteunen het oordeel dat appellant niet beperkt is in zijn belastbaarheid door schouder- of psychische problematiek.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit, waarin de WAO-uitkering per 14 december 1999 wordt ingetrokken, op goede gronden berust en bevestigt dit besluit. Het beroep tegen de intrekking per 16 juli 1999 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 14 december 1999 wordt bevestigd, de intrekking per 16 juli 1999 vernietigd en gedaagde veroordeeld tot proceskostenvergoeding.