ECLI:NL:CRVB:2005:AT9893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar en vernietiging besluit zorgverzekeraar wegens termijnoverschrijding
Appellante verzocht op 5 januari 2001 vergoeding van medische kosten bij gedaagde, de zorgverzekeraar. Bij besluit van 15 maart 2001 werd gedeeltelijke vergoeding toegekend, zonder melding van de bezwaartermijn. Appellante diende het bezwaar pas op 19 juli 2001 in, na de wettelijke termijn van zes weken. Gedaagde verklaarde het bezwaar aanvankelijk ontvankelijk, maar herzag dit na advies en verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 21 augustus 2001 gegrond, vernietigde dat besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was en dat de rechtbank ten onrechte het griffierecht niet had vergoed.
De Raad stelde vast dat het besluit van 19 maart 2003 een besluit in de zin van artikel 6:18 Awb Pro is en dat de rechtbank had moeten oordelen over dat besluit. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 21 augustus 2001 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 maart 2003 gegrond. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden. De Raad veroordeelde gedaagde in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare omstandigheden.