ECLI:NL:CRVB:2005:AT9933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijzondere bijstand in de vorm van geldlening voor vervanging cv-ketel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Appellant heeft op 19 december 2001 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van vervanging van een cv-ketel. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage heeft bij besluit van 11 januari 2002 bijzondere bijstand toegekend in de vorm van een geldlening.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 2 augustus 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat de vraag in hoger beroep beperkt is tot de vorm van de bijzondere bijstand. Artikel 24 van Pro de Algemene bijstandswet bepaalt dat bijstand in de vorm van een geldlening kan worden verleend indien de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De Raad stelt vast dat appellant geen onderhoud aan zijn cv-ketel heeft laten plegen, waardoor deze voortijdig aan vervanging toe was, wat duidt op een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De Raad concludeert dat het College bevoegd was om de bijstand in de vorm van een geldlening te verlenen en dat er geen omstandigheden zijn die dit besluit onredelijk maken. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De toekenning van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor vervanging van de cv-ketel wordt bevestigd.