ECLI:NL:CRVB:2005:AT9935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos gedrag
Appellant had een WW-uitkering aangevraagd die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd geweigerd wegens verwijtbaar werkloos gedrag. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe argumenten naar voren. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant zich zodanig verwijtbaar had gedragen dat hij het ontslag redelijkerwijs had kunnen voorzien.
De Raad nam de medische verklaringen van appellant niet mee in zijn beoordeling omdat deze geen betrekking hadden op de datum van het ontslag en onvoldoende aanknopingspunten boden voor nader medisch onderzoek naar de psychische gesteldheid ten tijde van het ontslag. De stelling dat appellant al psychische problemen had voor het ontslag werd niet als voldoende onderbouwd beschouwd om het verwijt weg te nemen.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 24 september 2002 en het besluit op bezwaar van 30 januari 2003, waarbij de WW-uitkering met ingang van 15 juli 2002 blijvend en geheel werd geweigerd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos gedrag.