ECLI:NL:CRVB:2005:AT9941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door onvoldoende re-integratie
Appellant, werkzaam als IT-professional, meldde zich ziek wegens rugklachten en werd door een arbo-arts voor 50% geschikt verklaard voor thuiswerk. Ondanks aanpassingen en uitnodigingen van de werkgever om het werk te hervatten, toonde appellant een afwachtende en afwijzende houding. Hij verscheen niet op een belangrijke afspraak op het kantoor van de werkgever.
De werkgever beëindigde daarop de loonbetaling en vroeg ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke door de kantonrechter werd toegewezen. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze weigering.
De Raad oordeelde dat appellant zich zodanig tegenover de werkgever had gedragen dat hij wist of had moeten weten dat dit zou leiden tot beëindiging van het dienstverband. De uitnodiging voor het gesprek was redelijk en binnen de grenzen van goed werkgeverschap. Appellant kon het verwijt van onvoldoende medewerking aan re-integratie niet ontlopen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.