ECLI:NL:CRVB:2005:AT9951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.G. Treffers
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beoordeling militair wegens onvoldoende motivering
Appellant, een majoor bij de Koninklijke Landmacht, maakte bezwaar tegen zijn functioneringsbeoordeling over de periode van oktober 1999 tot augustus 2000. De bataljonscommandant stelde een eerste beoordeling op, die later door de tweede beoordelaar werd gewijzigd. Na bezwaar handhaafde de tweede beoordelaar de gewijzigde beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep klaagde appellant dat de wijzigingen niet in het originele beoordelingsdocument waren verwerkt, wat tot misverstanden kan leiden. De Raad stelde vast dat hiervoor geen voorschrift bestaat en dat de wijzigingen rechtsgeldig in de toelichting zijn vermeld. Verder betwistte appellant de waardering 'bc' voor initiatief, verwijzend naar een afwijkende en gebrekkige stijl van leiding geven door de eerste beoordelaar.
De Raad erkende dat het functioneren van de leidinggevende als verzwarende omstandigheid in de beoordeling is opgenomen, maar oordeelde dat dit geen hogere score rechtvaardigt. Tevens concludeerde de Raad dat de eerste beoordelaar onvoldoende concreet en tijdig heeft aangegeven wat van appellant werd verwacht. Het bestreden besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank en gelast een nieuw besluit. Tevens veroordeelt de Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beoordeling van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.