ECLI:NL:CRVB:2005:AU0009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid en deugdelijke arbeidskundige grondslag
Appellant, voormalig vakman grond-, weg- en waterbouw, kreeg per 8 mei 2000 een WAO-uitkering toegekend van 80% of meer arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar van zijn voormalige werkgever werd deze uitkering bij besluit van 30 oktober 2001 herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid, met effectuering per 12 december 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn medische beperkingen zijn onderschat en dat hij niet in staat is de hem voorgehouden functies te vervullen. De Raad oordeelt dat er onvoldoende medische gegevens zijn die het standpunt van appellant ondersteunen en dat de medische beoordeling zorgvuldig is uitgevoerd. Echter, de Raad stelt vast dat de herziening op grond van artikel 36b WAO niet kan standhouden omdat na een eerdere beoordeling op 7 juni 2001 de arbeidsongeschiktheid nog steeds op 80-100% werd gesteld en er geen nieuw onderzoek is verricht om een relevante wijziging in verdiencapaciteit aan te tonen.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de kosten van appellant en wordt het betaalde recht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.