ECLI:NL:CRVB:2021:634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- J.T.H. Zimmerman
- M.J. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WIA-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, voormalig timmerman, meldde zich ziek in juni 2013 vanwege nierproblemen en clusterhoofdpijn. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten vast dat appellant per 23 juni 2015 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WIA-uitkering per 5 september 2016. Appellant betwistte deze beoordeling en voerde aan dat zijn beperkingen, met name de nachtelijke en middaghoofdpijnaanvallen, onvoldoende waren meegenomen.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV en oordeelde dat een urenbeperking van 6 uur per dag in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) moest worden opgenomen. Het UWV nam daarop een nieuw besluit (bestreden besluit 2) waarin het oordeel over de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. Appellant stelde dat de datum van beoordeling onjuist was en dat functies met een actualisatiedatum vóór de beëindiging van de uitkering niet gebruikt mochten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid terecht per einde wachttijd (23 juni 2015) plaatsvond en dat het UWV bevoegd was functies bij te duiden. Het rapport van de verzekeringsarts Van der Eijk bood geen grond voor verdere beperkingen dan een urenbeperking. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het bestreden besluit. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure met ruim 13 maanden was overschreden, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.500 en proceskosten van €267 aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.