ECLI:NL:CRVB:2005:AU0018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugwerkende kracht vrijstelling verzekeringsplicht volksverzekeringen
Appellante, van Braziliaanse nationaliteit, verzocht om vrijstelling van de verzekeringsplicht volksverzekeringen met ingang van 19 januari 1995. De Sociale verzekeringsbank verleende vrijstelling vanaf de datum van het verzoek, maar weigerde terugwerkende kracht toe te kennen tot 1992. Appellante stelde dat zij door een formulier van de Belastingdienst mocht vertrouwen op haar sociale verzekeringspositie.
De rechtbank Amsterdam en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat onbekendheid met de regelgeving geen onbillijkheid van overwegende aard vormt die terugwerkende kracht rechtvaardigt. Het beleid van de Sociale verzekeringsbank om geen terugwerkende kracht te verlenen bij louter onbekendheid werd als redelijk beschouwd.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde dat het op haar weg lag om tijdig informatie in te winnen over haar verzekeringspositie. De brief van de Belastingdienst bevatte geen toezegging over vrijstelling. De uitspraak bevestigt dat terugwerkende kracht niet wordt verleend tenzij sprake is van onbillijkheden van overwegende aard.
Uitkomst: Het verzoek om terugwerkende kracht van de vrijstelling van de verzekeringsplicht wordt afgewezen wegens gebrek aan onbillijkheden van overwegende aard.