ECLI:NL:CRVB:2005:AU0036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering ziekengeld bij psychische klachten binnen half jaar na aanvang verzekering
Appellante, werkzaam als schoonmaakster sinds 7 september 1999, viel op 16 november 1999 uit wegens psychische klachten. Het UWV weigerde haar ziekengeld op grond van artikel 44 Ziektewet Pro, omdat haar gezondheidstoestand bij aanvang van de verzekering zodanig was dat uitval binnen een half jaar te verwachten was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat het beleid van het UWV onredelijk was, dat de medische beoordeling onvoldoende was en dat ook een arbeidskundig onderzoek had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelde echter dat het besluit uitsluitend gebaseerd is op medische beoordeling en dat de rapporten van de psychiater en psycholoog objectief en voldoende concreet waren.
De Raad bevestigde dat het beleid van het UWV binnen redelijke beleidsgrenzen valt en dat de weigering van ziekengeld terecht was, mede omdat appellante voor het eerst werkte en binnen drie maanden ziek werd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld bevestigd.