ECLI:NL:CRVB:2005:AU0204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en juiste toepassing schattingsgrondslag arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil over de herziening van de WAO-uitkering van gedaagde per 10 mei 2001. Appellant, het UWV, heeft de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25 tot 35%, gebaseerd op drie geselecteerde functies die de laagste mate van arbeidsongeschiktheid zouden opleveren. De rechtbank Breda had dit besluit vernietigd omdat zij van oordeel was dat appellant de bandbreedtemethode uit het Besluit Uurloonschatting 1999 (BUS) niet correct had toegepast.
De rechtbank vond dat de functies waarop appellant zich baseerde niet binnen de juiste bandbreedte vielen en dat er andere geschikte functies waren die binnen de bandbreedte vielen en een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zouden rechtvaardigen. Appellant stelde zich op het standpunt dat de gehanteerde schattingsgrondslag rechtens juist was, gesteund door eerdere uitspraken van de Raad.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de door appellant toegepaste methode conform artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en de BUS correct is. De Raad sluit zich aan bij het medisch oordeel van de rechtbank over de beperkingen van gedaagde, maar ziet geen reden om de geschiktheid van de geselecteerde functies te betwisten. Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond.
De Raad wijst tevens een proceskostenveroordeling af en behandelt de zaak zonder dat partijen bij de zitting aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.