ECLI:NL:CRVB:2004:AO5192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schattingsbesluit arbeidsongeschiktheid bij functieselectie met hoogste resterende verdiencapaciteit
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die het bestreden besluit inzake de mate van arbeidsongeschiktheid van gedaagde vernietigde. Gedaagde was door een whiplashtrauma arbeidsongeschikt geraakt en had aanvankelijk een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het Uwv had deze uitkering herzien naar 25 tot 35% op basis van een schattingsbesluit waarbij functies werden geselecteerd die aansluiten bij de resterende belastbaarheid van gedaagde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling van de belastbaarheid van gedaagde niet onjuist is en dat de keuze van het Uwv om functies met een urenomvang die aansluit bij de resterende belastbaarheid te selecteren, juist is. De Raad benadrukt dat bij de schatting van de resterende verdiencapaciteit de functies moeten worden geselecteerd die, rekening houdend met een reductiefactor vanwege de urenomvang, het hoogste inkomen per uur opleveren. Dit kan betekenen dat functies met een lagere urenomvang worden gekozen, ook al hebben deze een hoger uurloon, omdat anders de reductiefactor een lagere restverdiencapaciteit zou opleveren.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv ongegrond. Hiermee wordt bevestigd dat het beleid van het Uwv, zoals neergelegd in het Besluit uurloonschatting 1999, in overeenstemming is met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en de doelstellingen van de wetgever om reïntegratie te bevorderen en het arbeidsongeschiktheidsvolume terug te dringen.
De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 3 februari 2004, waarbij de Raad tevens het onderzoek heeft heropend en nadere stukken heeft betrokken in de beoordeling. De Raad stelt dat de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid losstaat van het reïntegratietraject en dat de medische en arbeidskundige aspecten zorgvuldig zijn beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep van het Uwv wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.