ECLI:NL:CRVB:2005:AU0208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken objectief-medisch substraat bij whiplash en fibromyalgie
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Marine, heeft sinds een aanrijding in april 1996 nekklachten (whiplash) en fibromyalgie die zijn arbeidsvermogen beperken. Hij vroeg een WAO-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid vanaf oktober 2000 en later september 2003. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering omdat het verzuim volgens hen niet het gevolg was van ziekte of gebrek.
De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij duurzaam niet in staat was om zijn werk te verrichten. Hij overhandigde rapporten van medisch adviseur Thissen, die een voorlopig oordeel gaf en later een rapport waarin een reëel bestaan van klachten werd erkend, maar zonder objectief-medische diagnose die de klachten verklaart.
De verzekeringsarts van het Uwv stelde dat appellant in de praktijk drie dagen achtereen kan werken zonder extra herstel, hetgeen niet strookt met de stelling dat hij de overige dagen volledig niet belastbaar zou zijn. De Raad sluit zich hierbij aan en oordeelt dat er geen voldoende objectief-medisch substraat is voor de arbeidsbeperkingen van appellant. De besluiten tot weigering van de WAO-uitkering worden daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens ontbreken van voldoende objectief-medisch substraat.