ECLI:NL:CRVB:2005:AU0214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over geschiktheid voor arbeid bij WAO-uitkering
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet geschikt was voor de werkzaamheden behorende bij de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies, zoals vastgesteld in het besluit van 6 juni 2002. De rechtbank Leeuwarden had het beroep tegen dit besluit reeds ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of argumenten heeft aangevoerd die aanleiding geven het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De medische gegevens die beschikbaar zijn, bieden voldoende basis om de gezondheidstoestand van appellant op de relevante datum te beoordelen. De eigen niet-medisch onderbouwde mening van appellant wordt niet als doorslaggevend beschouwd, mede omdat de beloofde aanvullende medische informatie niet is overgelegd.
De Raad concludeert dat appellant de werkzaamheden van de geselecteerde functies kan verrichten en dat de loonwaardeverliesberekening van 10,6% correct is. Er zijn geen gronden om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en verklaart het hoger beroep ongegrond.