ECLI:NL:CRVB:2005:AU0250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- B.I. Klaassens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellante ontving een WW-uitkering vanaf 3 april 2002. Gedaagde legde een korting van 20% op gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode 15 april tot 12 mei 2002. Appellante voerde aan dat zij wel sollicitaties had verricht, maar gedaagde kon slechts één sollicitatie bevestigen.
De rechtbank had eerder uitspraak gedaan, maar de Raad oordeelt dat appellante geen belang meer heeft bij beoordeling van die uitspraak vanwege een gewijzigd besluit. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad bevestigt dat de sollicitatieverplichting inhoudt dat ten minste één sollicitatie per week vereist is. Gezien de onvoldoende bewijsvoering van appellante acht de Raad de opgelegde maatregel terecht. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de korting van 20% op de WW-uitkering wordt bevestigd.