ECLI:NL:CRVB:2005:AU0314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Betekenis loondagen voor premieheffing sociale werknemersverzekeringen
Appellante stelde bezwaar tegen correctienota's en boetenota's van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen over de jaren 1997 tot en met 2000, waarbij het geschil draaide om de vraag of premies sociale werknemersverzekeringen verschuldigd zijn over dagen waarop werknemers niet hebben gewerkt maar wel loon ontvingen in de vorm van opslag verloonde vakantiedagen.
De looninspectie had vastgesteld dat appellante slechts de dagen waarop daadwerkelijk werd gewerkt als loondag had aangemerkt, terwijl de opslag verloonde vakantiedagen buiten de loonadministratie was gehouden. De rechtbank had het besluit van het Uitvoeringsinstituut in stand gelaten, waarbij werd verwezen naar de Regeling Loondagen van 3 februari 2004 die verduidelijkt wat onder loondagen wordt verstaan.
Appellante voerde aan dat deze regeling met terugwerkende kracht onrechtmatig was en in strijd met het fair trial- en rechtszekerheidsbeginsel, en dat de berekening van loondagen onjuist was omdat geen rekening werd gehouden met parttimers. De Raad oordeelde echter dat de regeling slechts een verduidelijking is van bestaande wetgeving en dat premies ook over niet-gewerkte maar wel verloonde dagen verschuldigd zijn. De berekening van de loondagen door de looninspecteur hield rekening met parttimers door de factor van 23 vakantiedagen te relateren aan gewerkte uren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat premies sociale werknemersverzekeringen ook verschuldigd zijn over verloonde vakantiedagen waarop niet is gewerkt.