ECLI:NL:CRVB:2006:AY8614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieheffing over opslag vakantie- en verlofdagen bij offshore arbeidspatroon
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het begrip 'loondagen' in artikel 9 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) beperkt moet worden tot de dagen waarop werknemers daadwerkelijk hebben gewerkt en loon hebben ontvangen. Dit naar aanleiding van een looncontrole door het UWV die een correctie oplegde omdat ook opslag voor vakantie- en verlofdagen werd meegenomen in de premieheffing.
De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat premies ook verschuldigd zijn over dagen waarop geen werkzaamheden zijn verricht maar wel loon is genoten, zoals opslag voor vakantie- en verlofdagen. Appellante betoogde dat dit in strijd is met het fair trial beginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de regeling van 3 februari 2004, die terugwerkende kracht heeft tot 1 januari 1995, een verduidelijking vormt van artikel 9 CSV Pro en dat de opslag voor vakantie- en verlofdagen terecht is betrokken bij de premieheffing. De Raad stelde vast dat het eerdere arrest van 31 mei 2001 betrekking had op een specifieke offshore situatie en niet op de vraag of premies verschuldigd zijn over niet-gewerkte dagen met loon. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees de bezwaren van appellante af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat premies sociale werknemersverzekeringen ook verschuldigd zijn over opslag voor vakantie- en verlofdagen, ook als werknemers niet hebben gewerkt.