ECLI:NL:CRVB:2005:AU0332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Betekenis loondagen bij wisselend werkpatroon en toepassing ploegendienst in premieheffing sociale verzekeringen
Appellante betwistte het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij premies sociale werknemersverzekeringswetten voor 2000 definitief werden vastgesteld op basis van twintig loondagen per vier weken. Het geschil betrof de uitleg van het begrip loondagen in artikel 9 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) bij werknemers die veertien dagen werken afwisselen met veertien dagen niet-werken.
De Raad overwoog dat het begrip loondagen niet beperkt is tot dagen waarop daadwerkelijk arbeid is verricht, maar ook dagen omvat waarop loon wordt genoten. De Raad bevestigde dat het vijfde lid van artikel 9 CSV Pro bepaalt dat bij ploegendienst, ook in weken zonder werk, vijf loondagen worden gerekend. Het patroon van veertien dagen werken gevolgd door veertien dagen niet-werken voldoet aan de criteria voor ploegendienst.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed. De uitspraak bevestigt de systematiek van premieheffing waarbij over een periode van vier weken gemiddeld twintig loondagen worden gehanteerd, ook bij wisselende werkpatronen.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat werknemers met een 14-dagen werken en 14-dagen niet-werken patroon als ploegendienst werken en bevestigt dat per vier weken twintig loondagen gelden voor premieheffing.