ECLI:NL:CRVB:2005:AU0465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Dubbel hoger beroep over weigering WAO-uitkering en ziekengeld wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, werkzaam in een confectiebedrijf, meldde zich ziek na het einde van zijn contract en vroeg een WAO-uitkering aan. Het bestuursorgaan wees deze af wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Ook werd ziekengeld geweigerd omdat betrokkene niet meer ongeschikt was tot arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de WAO-afwijzing gegrond en vernietigde het besluit, maar wees het beroep tegen de ziekengeldweigering af.
Beide partijen gingen in hoger beroep. De Raad overwoog dat de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid door de rechtbank onvoldoende was gemotiveerd en sloot zich aan bij het bestuursorgaan. De Raad vond de vaststelling van het maatmaninkomen correct na een nieuwe berekening en verwierp de bezwaren van betrokkene.
De Raad bevestigde dat betrokkene op en na 15 februari 2002 in staat was tot arbeid en verklaarde het beroep tegen de weigering van ziekengeld ongegrond. Het hoger beroep van betrokkene slaagde dus niet, terwijl het bestuursorgaan werd gevolgd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor het deel over de WAO-uitkering en bevestigd voor het deel over het ziekengeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering en ziekengeld wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd dan wel bevestigd.