ECLI:NL:CRVB:2005:AU0479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op AAW-uitkering wegens onvoldoende onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een AAW-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid die volgens haar op 7 juli 1978 zou zijn ingetreden. De Bedrijfsvereniging voor Detailhandel, Ambachten en Huisvrouwen (Detam) weigerde de uitkering omdat appellante niet onafgebroken 52 weken voor ten minste 25% arbeidsongeschikt was geweest. Dit besluit werd vernietigd wegens onbevoegdheid van Detam, waarna het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij zij zwaar woog op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts P. Hulleman. Deze arts had het medisch dossier en aanvullende gegevens zorgvuldig onderzocht en concludeerde dat appellante niet voldeed aan de vereiste arbeidsongeschiktheidseis.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en acht het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig. Appellante heeft geen nieuwe feiten of gegevens aangevoerd die twijfel kunnen zaaien over de conclusie dat zij niet onafgebroken arbeidsongeschikt was gedurende de vereiste periode. De Raad bevestigt daarom de uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op AAW-uitkering omdat zij niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was.