ECLI:NL:CRVB:2005:AU0480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die wegens rug- en beenklachten arbeidsongeschikt werd verklaard, verzocht om een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde deze uitkering omdat zij na de wettelijke wachttijd van 52 weken minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde de medische gegevens, waaronder het belastbaarheidspatroon van 5 november 2001, opgesteld door de verzekeringsarts en bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts. De Raad achtte deze gegevens voldoende en niet overschat. Verder concludeerde de Raad dat er geen aanwijzingen waren voor psychische beperkingen die de arbeidsongeschiktheid zouden verhogen, mede omdat de psychiater die later werd geraadpleegd zijn oordeel baseerde op algemene culturele overwegingen en niet op concrete medische vaststellingen.
De Raad vond geen reden om het besluit van het UWV te vernietigen of nader onderzoek te gelasten. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en bleef de weigering van de WAO-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.