ECLI:NL:CRVB:2005:AU0500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering en afwijzing bezwaar inkomsten uit arbeid
Appellant heeft een WAZ-uitkering ontvangen die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) is herzien vanwege inkomsten uit arbeid. De herziening betrof een verlaging van de arbeidsongeschiktheidsklasse over de periode 1 januari tot 1 mei 2000, met terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat de fiscale keuze voor een arbeidsbeloning aan zijn echtgenote als uitgangspunt genomen moest worden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bij vaststelling van inkomsten uit arbeid van een zelfstandige met een meewerkende echtgenoot aansluiting gezocht moet worden bij artikel 5 van Pro het Inkomensbesluit WAZ. De fiscale keuze van appellant voor een arbeidsbeloning aan zijn echtgenote werd niet gevolgd, omdat deze niet overeenkwam met de feitelijke werkzaamheden en er geen schriftelijk meewerkcontract bestond.
De Raad bevestigde dat de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en de terugvordering op juiste gronden berustten. Tevens werd opgemerkt dat appellant geen verzoek tot herziening van de uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid had ingediend na 1 mei 2000. De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en wijst de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.