ECLI:NL:CRVB:2005:AU0538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet-benoeming wegens termijnoverschrijding
Appellant was werkzaam als bankwerker/monteur/lasser bij de Provinciale Stoombootdiensten (PSD) en kreeg ontslag wegens opheffing van de PSD. Hij solliciteerde naar een tijdelijke functie bij de stafafdeling Afbouw PSD, maar werd op 30 januari 2003 mondeling meegedeeld dat hij niet werd benoemd.
Appellant maakte pas op 18 augustus 2003 bezwaar tegen deze beslissing, nadat zijn verzoek om vrijstelling van sollicitatieverplichting op 10 juni 2003 was afgewezen. Gedaagde verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat de mondelinge mededeling gelijkgesteld moet worden met een besluit op grond van artikel 8:1, tweede lid, Awb. De termijnoverschrijding van ruim vijf maanden wordt niet als verschoonbaar beschouwd, omdat appellant geen redenen heeft gegeven voor het late bezwaar en het voor hem duidelijk was dat hij niet benoemd werd.
De Raad ziet geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 26 mei 2004, waarmee het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de niet-benoeming wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.