ECLI:NL:CRVB:2005:AU0701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woonplaats in gemeente
Appellante ontving sinds 1980 een bijstandsuitkering en gaf aan vanaf september 2001 tijdelijk bij een partner te verblijven wegens medische redenen. Na onderzoek door de Sociale Recherche concludeerde de gemeente Maasbree dat appellante vanaf 11 april 2002 haar hoofdverblijf niet meer in de gemeente had. Op basis hiervan werd het recht op bijstand ingetrokken en de uitkering over de periode teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat haar verklaring aan de sociale recherche onder druk was afgelegd, maar de Raad oordeelde dat er onvoldoende objectieve aanwijzingen waren om de verklaring buiten beschouwing te laten. De verklaring was ondertekend zonder voorbehoud en sloot aan bij observaties. Tevens had appellante haar inlichtingenplicht geschonden door haar hoofdverblijf niet te melden.
De Raad oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren en dat geen dringende redenen bestonden om hiervan af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.