ECLI:NL:CRVB:2005:AU0704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-indienen bezwaar binnen termijn
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin het beroep van appellant ongegrond werd verklaard en het beroep van appellante niet-ontvankelijk werd verklaard. Het geschil betreft een besluit van 28 mei 2003 waarbij de uitkering van appellant werd verlaagd wegens het niet aanvaarden van passend werk.
Appellante maakte geen bezwaar tegen het besluit, waardoor haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellant diende bezwaar te laat in; de rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellant voldoende geïnformeerd was over de bezwaarprocedure en dat er geen omstandigheden waren die de overschrijding rechtvaardigen.
De Raad concludeert dat het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk is en dat het beroep van appellant terecht ongegrond is verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis is gewezen door mr. G.A.J. van den Hurk en uitgesproken op 19 juli 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig ingediend bezwaar.