ECLI:NL:CRVB:2005:AU0708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ‘t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag brancardfiets als Wvg-voorziening onterecht verklaard
Gedaagde vroeg bij de gemeente Landerd vergoeding voor een brancardfiets aan, een bed gemonteerd op een elektrisch rolstoelonderstel met een fietsgedeelte, bedoeld voor liggend vervoer. De gemeente wees de aanvraag af omdat zij meende dat een brancardfiets geen voorziening is in de zin van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg).
De voorzieningenrechter stelde vast dat gedaagde vanwege haar medische beperkingen aangewezen is op liggend vervoer en dat een brancardfiets de goedkoopste adequate voorziening is. De rechtbank vernietigde het afwijzingsbesluit en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep betoogde de gemeente dat de brancardfiets niet onder de Wvg valt omdat vervoersvoorzieningen zich beperken tot reguliere hulpmiddelen die het openbaar vervoer vervangen of aanvullen, zoals rolstoelen en scootmobielen. Gedaagde stelde dat de Wvg geen limitatieve opsomming kent en dat de brancardfiets wel degelijk een vervoersvoorziening is.
De Raad oordeelde dat de brancardfiets voldoet aan de ruime definitie van vervoersvoorziening in de Wvg, omdat deze de beperkingen bij vervoer buitenshuis vermindert en gedaagde in staat stelt deel te nemen aan het maatschappelijk leven. De strikte beperking door de gemeente aan reguliere voorzieningen is niet houdbaar. De Raad bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter en bepaalde dat de gemeente binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag voor een brancardfiets wordt als Wvg-voorziening erkend en het afwijzingsbesluit vernietigd.