ECLI:NL:CRVB:2009:BK5096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag financiële tegemoetkoming driewielfiets wegens afdoende vervoersvoorzieningen
Appellante, sinds 1999 bekend met een neurologische aandoening die haar mobiliteit beperkt, vroeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een financiële tegemoetkoming aan voor de aanschaf van een driewielfiets met duozit. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch wees de aanvraag af na advies van Argonaut B.V., dat stelde dat de driewielfiets niet noodzakelijk was gezien de reeds toegekende voorzieningen zoals een scootmobiel, handbewogen rolstoel en eigen auto.
Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, stellende dat zij met de bestaande voorzieningen onvoldoende bestemmingen kan bereiken om in redelijke mate deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de scootmobiel en andere vervoersmiddelen voldoende zijn en dat de driewielfiets geen meer adequaat alternatief biedt.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de driewielfiets niet noodzakelijk is. De Raad benadrukte dat de bestaande voorzieningen appellante in staat stellen om in aanvaardbare mate deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, conform de artikelen 2 en 3 van de Wvg en de gemeentelijke verordening. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 november 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag voor een financiële tegemoetkoming voor een driewielfiets wordt niet toegewezen.