ECLI:NL:CRVB:2005:AU0924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellante, voormalig meewerkend assistent projectleidster, viel uit wegens psychische klachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering. Deze werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na diverse procedures werd vastgesteld dat zij geschikt was voor twee functies: assistente consultatiebureau en voedingsassistent.
Na ziekmelding in 2002 wegens arthrose aan handen en polsen, besloot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geen ziekengeld meer toe te kennen omdat zij niet meer ongeschikt was tot werken. Dit besluit werd ondersteund door medische rapporten van verzekeringsartsen die haar beperkingen erkenden maar concludeerden dat zij de genoemde functies kon vervullen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigden dit standpunt. De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' in de Ziektewet ook de voor appellante geschikte functies uit de WAO-beoordeling vallen. Appellante slaagde er niet in met medische gegevens aan te tonen dat zij niet in staat was deze functies uit te oefenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.