ECLI:NL:RBZWO:2003:AF6174

Rechtbank Zwolle

Datum uitspraak
26 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
83220 / HA ZA 03-148
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.H.S. Lebens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van verzet tegen dwangbevel verkeersvoorschriften naar kantonrechter Lelystad

Eiser heeft verzet aangetekend tegen een dwangbevel dat op 23 oktober 2002 door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden was uitgevaardigd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

De rechtbank heeft geoordeeld dat het verzet moet worden behandeld door de kantonrechter van het arrondissement waar de betrokkene woont, in dit geval Lelystad, conform artikel 26 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om de zaak te behandelen en verwijst deze door.

De procedure wordt voortgezet volgens de regels van artikel 26, leden 3 tot en met 9, van de genoemde wet. Het vonnis is gewezen door rechter M.H.S. Lebens en op 26 februari 2003 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de sector kanton Lelystad voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE
Sector Civiel
Enkelvoudige handelskamer
Zaaknr/rolnr : 83220 / HA ZA 03-148
Uitspraak : 26 februari 2003
V O N N I S
in de zaak, aanhangig tussen:
[X],
wonende te [woonplaats],
eiser,
procureur mr. H.B.Chr. Stratman,
en
DE OFFICIER VAN JUSTITIE in het arrondissement Leeuwarden,
zetelende te Leeuwarden,
gedaagde,
procureur mr. J.A. van Wijmen.
PROCESGANG
Bij op 9 januari 2003 uitgebrachte dagvaarding, gevolgd door een op 28 januari 2003 uitgebracht herstelexploot, is door [X] verzet gedaan tegen een op 23 oktober 2002 door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften uitgevaardigd dwangbevel
(CJUB nr. [nummer]). Het exploot is tijdig door [X] ter griffie ingediend, waarna de zaak op de rol is ingeschreven. Partijen zijn verschenen.
Hierop is ambtshalve op het griffiedossier vonnis bepaald.
CONCLUSIE
De vordering van [X] strekt ertoe bij vonnis:
I) opposant zal verklaren goed opposant tegen bedoeld dwangbevel en dit buiten effect te stellen;
II) zal verklaren dat mevrouw [Y] in vrijwaring zal worden opgeroepen, middels dagvaarding tegen een door de rechtbank te bepalen nadere terechtzitting, teneinde op deze eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;
III) zal verklaren de veroordeling van de geopposeerde in de kosten van dit exploot en van het proces.
MOTIVERING
1. De vordering van [X] strekt tot vernietiging van het op 23 oktober 2002 door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden uitgevaardigd dwangbevel op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
2. Het voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil brengt mee dat de zaak moet worden verwezen naar de sector kanton, locatie Lelystad.
Ingevolge het bepaalde in artikel 26, derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeervoorschriften wordt het verzet gedaan bij een met redenen omkleed verzetschrift, welk verzetschrift binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel word ingediend bij de rechtbank van het arrondissement waar het adres is van degene aan wie de administratie sanctie is opgelegd. Blijkens het zevende lid van vermeld artikel wordt het verzet behandeld door de kantonrechter.
Het verzet dient te worden voortgezet op de wijze als bedoeld in artikel 26, leden 3 tot en met 9, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
3. De slotsom is dat de zaak wordt verwezen naar de sector kanton, locatie Lelystad. De procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de procedure ex art. 26 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
BESLISSING
De rechtbank:
- deze kamer verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen;
- verwijst de zaak naar de sector kanton, locatie Lelystad;
- beveelt dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt zal worden voorgezet volgens de regels die gelden voor de procedure ex art. 26 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens en in het openbaar uitgesproken op woensdag 26 februari 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.