ECLI:NL:CRVB:2005:AU1011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek terugkomen op intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering zonder nieuwe feiten
Gedaagde was sinds 1983 arbeidsongeschikt verklaard en kreeg een AAW/WAO-uitkering, die in 1986 werd ingetrokken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. In 1998 verzocht gedaagde om terug te komen op die intrekking, maar het UWV wees dit af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuwe beslissing met een inhoudelijke beoordeling. Het UWV stelde dat een inhoudelijke beoordeling niet verplicht was zonder nieuwe feiten.
De Centrale Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit uit 1986 onherroepelijk is, maar dat een verzoek om terug te komen op dat besluit wel nieuwe feiten of omstandigheden moet bevatten. Het bestuursorgaan mag het verzoek inhoudelijk behandelen, maar moet zich beperken tot de vraag of er nieuwe feiten zijn die herziening rechtvaardigen. De Raad vond dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door medische stukken niet door een deskundige te laten beoordelen en door een niet-medicus conclusies te laten trekken.
Daarom voldoet het besluit niet aan de eisen van zorgvuldige voorbereiding en motivering volgens de Awb. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het besluit moet worden vernietigd en dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het verzoek om terug te komen op de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.