ECLI:NL:CRVB:2005:AU1134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplichtigheid van kerstpakketten naast feestdagenvergoeding
In deze zaak stond de vraag centraal of de waarde van kerstpakketten terecht als premieplichtig loon werd aangemerkt, terwijl werknemers al de maximaal vrijgestelde vergoeding uit de feestdagenregeling ontvingen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had correctie- en boetenota’s opgelegd waarin de waarde van de kerstpakketten werd meegenomen als premieplichtig loon, inclusief brutering voor niet ingehouden loonheffing en premies.
De rechtbank Alkmaar oordeelde dat de werkgever zich bewust was van de bovenmatigheid van de kerstpakketten en de premies voor eigen rekening nam, maar dat niet aannemelijk was dat de werknemers hiervan op de hoogte waren. Dit ontbrak aan het vereiste bewustzijn bij werknemers, waardoor de brutering niet terecht was. Het besluit van het Uwv werd vernietigd.
Het Uwv ging in hoger beroep, stellende dat een kerstpakket een geschenk in natura is en geen vergoeding, en dat het bewustzijn van de werkgever volstond voor brutering. De Centrale Raad van Beroep volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat voor directe brutering het voordeel uit dienstbetrekking bij uitbetaling moet worden genoten en dat werknemers zich bewust moeten zijn van de bovenmatigheid.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van de gedaagde. Hiermee werd het beroep van het Uwv afgewezen en het eerdere vonnis bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt afgewezen en het oordeel van de rechtbank bevestigd dat de waarde van kerstpakketten niet als premieplichtig loon kan worden aangemerkt zonder bewustzijn van werknemers.