ECLI:NL:CRVB:2005:AU1218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens gebrekkige functieselectie en overschrijding redelijke termijn
Appellante, werkzaam in het agrarisch bedrijf van haar echtgenoot, vroeg een WAZ-uitkering aan na een periode van arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt was bij het einde van de wachttijd. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het eerste besluit en gaf opdracht tot een nieuw besluit. Het tweede besluit kende een uitkering toe op basis van een functieselectie die echter niet voldeed aan de wettelijke vereisten, omdat onvoldoende functies waren geduid en de belastbaarheid niet juist was meegewogen.
De Raad oordeelde dat het UWV vrij stond nieuwe functies te duiden, maar dat de gehanteerde functieselectie niet voldeed aan de eisen van het Schattingsbesluit, met name omdat slechts functies behorend tot twee fb-codes waren gebruikt in plaats van minimaal drie. Ook was de overschrijding van belastbaarheid bij de functie schoonmaker niet adequaat gemotiveerd. Daarnaast was de procedure door het UWV onredelijk lang, met een totale duur van ruim zes jaar en vijf maanden, zonder rechtvaardiging.
De Raad vernietigde het tweede besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van € 2.000,- wegens de overschrijding van de redelijke termijn en tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen; tevens wordt een immateriële schadevergoeding van € 2.000,- toegekend.