ECLI:NL:CRVB:2005:AU1229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding inkomsten en zelfstandigheid
Appellante ontving vanaf 1985 een bijstandsuitkering en kreeg in 1997 toestemming om op bescheiden schaal te werken. Uit gegevens van de Belastingdienst bleek dat zij inkomsten had zonder dit te melden en gebruikmaakte van zelfstandigenaftrek. De gemeente herzag het recht op bijstand en vorderde kosten terug. De rechtbank vernietigde het besluit deels wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad oordeelt dat het bezwaarbesluit onvolledig was en niet voldeed aan artikel 7:11 Awb Pro, waardoor het besluit van 30 juli 2002 wordt vernietigd. De Raad stelt vast dat de winst in 1997 onjuist is geïnterpreteerd en dat de rechtsgevolgen voor dat jaar niet in stand kunnen blijven. Voor 1998-2000 is appellante als zelfstandige aangemerkt, waardoor zij geen recht had op bijstand op grond van de Abw, maar alleen mogelijk op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen.
Appellante slaagt er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand als zelfstandige. De Raad bepaalt dat de intrekking van het recht op bijstand over 1998-2000 terecht is en dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen over de herziening en terugvordering over de gehele periode. Tevens wordt de gemeente veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 30 juli 2002 wordt vernietigd, de intrekking van bijstand over 1998-2000 blijft in stand, en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen over 1997 en de terugvordering.