ECLI:NL:CRVB:2005:AU1232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1 juli 1997 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Naar aanleiding van signalen van de Belastingdienst dat appellant tussen 18 augustus 1997 en 21 maart 1999 werkzaamheden zou hebben verricht via diverse uitzendbureaus, heeft de gemeente Amsterdam het recht op bijstand herzien en een terugvordering van € 5.969,59 opgelegd. Tevens is een boete van € 649,-- opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant betwistte de schending van de inlichtingenplicht en stelde dat hij door gezondheidsredenen niet heeft gewerkt en dat iemand anders zonder zijn toestemming zijn identiteitsbewijs gebruikte. Hij deed pas in 2002 aangifte van identiteitsfraude. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet zelf de werkzaamheden heeft verricht en dat hij ook niet aannemelijk maakte dat hij medisch niet in staat was te werken.
De Raad concludeerde dat appellant daadwerkelijk inkomsten heeft ontvangen zonder dit te melden, waardoor de herziening en terugvordering terecht zijn. Ook de boete is volgens de Raad terecht opgelegd, omdat de schending van de inlichtingenplicht verwijtbaar is en de boete conform de geldende regelgeving is vastgesteld. De Afstemmingsverordening van Amsterdam en het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten bieden geen grond voor een lagere boete.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering en boete wegens schending van de inlichtingenplicht.