ECLI:NL:CRVB:2005:AU1234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand in proceskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijzondere bijstand in proceskosten door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was gebleken van bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 39 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw). De rechtbank Arnhem vernietigde het bezwaarbesluit wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De rechtbank oordeelde dat de proceskostenveroordeling een schuldenlast vormt die niet als noodzakelijke kosten van het bestaan kan worden aangemerkt op grond van artikel 15, eerste lid, van de Abw, en dat er geen zeer dringende redenen waren om hiervan af te wijken. De Centrale Raad onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat appellant ten tijde van het ontstaan van de schuld algemene bijstand ontving, waardoor hij niet in de bijzondere omstandigheden van artikel 7, eerste lid, Abw verkeerde.
De Raad ziet geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellant.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand in proceskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.