ECLI:NL:CRVB:2005:AU1235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant was gehuwd met zijn ex-partner en zij ontvingen beiden bijstand. Na vermoeden van samenwoning stelde de sociale recherche een rapport op waaruit bleek dat zij een gezamenlijke huishouding voerden van 1993 tot 2000. De gemeente beëindigde de bijstand en reviseerde eerdere uitkeringen.
Appellant werd mede aansprakelijk gesteld voor terugbetaling van bijstandskosten vanaf 1999. Hij maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit werd grotendeels afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels niet-ontvankelijk en liet het besluit grotendeels in stand.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellant en zijn ex-partner een gezamenlijke huishouding hadden, mede gebaseerd op verklaringen en onderzoeksbevindingen. De Raad oordeelde dat appellant mede aansprakelijk is voor terugvordering van de bijstand, omdat de ex-partner haar inlichtingenplicht niet nakwam.
De Raad vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en wees het beroep van appellant af. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant en zijn ex-partner een gezamenlijke huishouding voerden en dat terugvordering van bijstandskosten terecht is.