ECLI:NL:CRVB:2005:AU1245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag assistent-beheerder chemisch afval depot onevenredig
Appellant was sinds 1993 werkzaam bij het Chemisch Afval Depot van de gemeente Utrecht en bekleedde vanaf 1997 een leidinggevende functie. Naar aanleiding van vermoedens van betrokkenheid bij de verkoop van afval door medewerkers werd hij geschorst en uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslagen.
De Raad oordeelt dat appellant weliswaar kennis had van de handel in oud ijzer, pallets en statiegeldflessen en daarin een beperkte mate van betrokkenheid vertoonde, maar dat hij geen actieve rol speelde. De vermeende eenmalige betrokkenheid bij handel in cartridges in 1994 is onvoldoende onderbouwd. Hoewel appellant door de strafrechter is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, geldt in het ambtenarentuchtrecht een minder strikte bewijsstandaard.
De Raad vindt dat het ontslag als zwaarste disciplinaire straf onevenredig is, mede omdat appellants leidinggevende functie vooral administratief was en het plichtsverzuim relatief gering was. Het eerdere besluit wordt vernietigd en de gemeente Utrecht wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wordt vernietigd wegens onevenredigheid en de gemeente Utrecht moet een nieuw besluit nemen.